Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Proto-Indi-Europees

Benieuwd hoe onze voorouders klonken? Enkele linguïsten zijn erin geslaagd om enkele eeuwenoude fabels te vertalen in het Proto-Indo-Europees, zeg maar de moeder van bijna alle Indo-Europese talen.

Het Proto-Indo-Europees is de voorouder van de Indo-Europese talen. De taal werd enkele duizenden jaren voor Christus gesproken. Linguïsten zijn al eeuwenlang bezig om de taal te reconstrueren. Geen sinecure, want er zijn geen geschreven resten van te vinden. Het is zelfs niet helemaal zeker of de taal ooit bestaan heeft, al wordt daar door de meeste taalkundigen intussen wel van uitgegaan.
Professor Andres Byrd van de universiteit van Kentucky heeft enkele eeuwenoude fabels vertaald in het Proto-Indo-Europees en laten inlezen. Over de exacte uitspraak is Byrd niet zeker, maar het zou de oude taal toch benaderen. De onderzoeker heeft zich voor de vertalingen gebaseerd op drie eeuwen onderzoek en geschreven bronnen uit onder meer het Grieks, Latijn en Sanskriet.
Benieuwd hoe onze voorouders klonken? Hieronder vindt u de tekst en vertaling van twee fabels en het bijhorende ingelezen fabeltje in het Proto-Indo-Europees.

Klik om te luisteren

Het schaap en de paarden
Nederlands:
Een schaap zonder wol zag enkele paarden lopen. Een van hen was een zware kar aan het trekken, een andere een zware lading en nog een andere werd bereden door een mens. "Mijn hart doet pijn als ik een man een paard zie berijden", zegt het schaap tegen de paarden. "Luister, schaap", antwoordt een van de paarden. "Ons hart doet pijn als we een man de wol zien afnemen van een schaap en er warme kleren van zien maken voor zichzelf. En het schaap blijft achter zonder wol." Nadat het schaap dit gehoord had, vluchtte het dier het veld in.
 
Proto-Indo-Europees:
h2áu̯ei̯ h1i̯osméi̯ h2u̯l̥h1náh2 né h1ést, só h1éḱu̯oms derḱt. só gwr̥hxúm u̯óǵhom u̯eǵhed; só méǵh2m̥ bhórom; só dhǵhémonm̥ h2ṓḱu bhered. h2óu̯is h1ékwoi̯bhi̯os u̯eu̯ked: “dhǵhémonm̥ spéḱi̯oh2 h1éḱu̯oms-kwe h2áǵeti, ḱḗr moi̯ aghnutor”. h1éḱu̯ōs tu u̯eu̯kond: “ḱludhí, h2ou̯ei̯! tód spéḱi̯omes, n̥sméi̯ aghnutór ḱḗr: dhǵhémō, pótis, sē h2áu̯i̯es h2u̯l̥h1náh2 gwhérmom u̯éstrom u̯ept, h2áu̯ibhi̯os tu h2u̯l̥h1náh2 né h1esti. tód ḱeḱluu̯ṓs h2óu̯is h2aǵróm bhuged.
 

 De koning en de god

Nederlands:
Er was eens een kinderloze koning die een zoon wilde. "Wat moet ik doen om een zoon te krijgen", vroeg de koning aan zijn priester. "Bidden tot de god Werunos", zei de priester. De koning benaderde de god Werunos en bad: "Luister naar me, vader Werunos." De god daalde neer uit de hemel en vroeg: "Wat wil je van mij?" "Ik wil een zoon", antwoordde de koning. "En zo zal het ook zijn", zei de heldere god Werunos en de koningin baarde een zoon.
 
Proto-Indo-Europees:
H3rḗḱs h1est; só n̥putlós. H3rḗḱs súhxnum u̯l̥nh1to. Tósi̯o ǵʰéu̯torm̥ prēḱst: "Súhxnus moi̯ ǵn̥h1i̯etōd!" Ǵʰéu̯tōr tom h3rḗǵm̥ u̯eu̯ked: "h1i̯áǵesu̯o dei̯u̯óm U̯érunom". Úpo h3rḗḱs dei̯u̯óm U̯érunom sesole nú dei̯u̯óm h1i̯aǵeto. "ḱludʰí moi, pter U̯erune!" Dei̯u̯ós U̯érunos diu̯és km̥tá gʷah2t. "Kʷíd u̯ēlh1si?" "Súhxnum u̯ēlh1mi." "Tód h1estu", u̯éu̯ked leu̯kós dei̯u̯ós U̯érunos. Nu h3réḱs pótnih2 súhxnum ǵeǵonh1e.