Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Familie Van Robays Sint-Kruis

Rosalie De Fraeye

Gegevens door Yvette Kemel verzameld en in 2000 aangevuld met informatie uit akten en plannen opgezocht door Jozef Van Robays.[i]

Kkik op de foto's om te vergroten

Wanneer men terug kijkt naar het Sint-Kruis, begin van de twintigste eeuw, kan men niet naast de familie Van Robays. Zowel op economisch als op sociaal vlak, drukte deze familie zijn stempel op de gemeente.

Leonard Van Robays werd geboren te Beveren Roeselare op 20 april 1821 als zoon van Petrus Van Robays geboren te Ardooie op 6 september 1796 en gestorven te
Kachtem op 8 augustus 1833 en Coleta Van Neste geboren te Hooglede op 21 februari 1795 en gestorven te Ardooie op 31 mei 1858.


 Op 2 augustus 1850 huwde Leonard Van Robays (op de leeftijd van 29 jaar) met Rosalie Fraeye, dochter van Felix Fraeye (overleden te Egem op 26 maart 1848).

Na hun huwelijk vestigden zij zich te Egem, in het geboorte dorp van Rosalie. Zij kochten daar een eigendom van Leonard Fraeye.

Uit hun huwelijk werden te Egem drie kinderen geboren:
Karel Van Robays geboren op 29 september 1852
Eduard Van Robays geboren op 2 februari 1855
Juliana Van Robays geboren op 21 mei 1857.
Leonard werkte er als schijnwerker - timmerman.

Bij akte dd. 23 februari 1866 werd nog een eigendom bijgekocht (zie kadastrale leger EGEM nr. 326) te Egem Plaats, nr.; 30 en 92.samen groot 40a 27ca  = 82a 07ca (was in totaal 82a 67ca  waaruit 1a 60ca. Bij erfenis in 1891 werden deze eigendommen toegewezen aan Eduard Van Robays die deze eigendommen in 1905 vermoedelijk om de financiële lasten te kunnen ledigen van bouwwerken die begin 1905 te Samolie (Indië) waren begonnen. (zie verder)

Door de crisis in de streek, was Leonard gedwongen om werken aan te nemen ver van huis. Hij zag dat er hier betere kansen waren op werk en besloot om met zijn echtgenote en zoon Karel, naar Sint-Kruis te komen. Hij was toen al 59 jaar, zijn echtgenote 61 jaar.

In 1881 werden zij voor het eerst vermeld in de gemeenteraden verslagen met een prijsopgave voor schoolmeubelen, in de nieuwe gemeenteschool aan de Doornhut. Zijn zoon Karel, ook schrijnwerker - timmerman, was toen al getrouwd met Maria Octavie Van Daele afkomstig uit Koolskamp. Karel van Robays en Marie Van Daele kregen 10 kinderen, waarvan één meisje, Godelieve, op 13 jarige leeftijd overleed. (Zie stamboom).

 

[i] Een deel van de informatie over de politieke carriere van Karel Van Robays werd opgezocht door Dries Weyts.

Zijn zoon Eduard volgde zijn studies voor priester aan het seminarie te Brugge.

Hun dochter Juliana was gehuwd met Honore Bogaert en woonde in Gistel, waar haar man hoofdonderwijzer was.

Tussen 1880 en 1882 bouwde Leonard, een huis op de grond van Mevr. Deman, de weduwe van Amedée Visart de Bocarme, gelegen op de Moerkerkse Steenweg, alwaar hij en zijn echtgenote bleven wonen tot hun dood.

Bij het overlijden van Leonard Van Robays, schreef, Guido Gezelle, de tekst voor het doodsprentje. Guido Gezelle was een goede vriend van Eduard Van Robays.

Aan u voorwaar had menig man
zijn laatste kleed te danken,
het bruiloftskleed der dooden, van
eilaas, vier arme planken !

Dat wist ge, en uw voorzichtigheid
sprak, wakend lang voor dezen:
“ O hout, misschien door mij bereid,
zult gij mijn graf hout wezen !

Gelukkig die, met ‘t scherpe in d’hand,
geslaafd hebt zooveel jaren
aan ‘t vaartuig, dat in ‘t vaderland
u, vrij, zou helpen varen !

Gelukkig dien de vriend van al

die waakt en bidt zal geven,
na ‘t werken, in dit tranendal,
daar, ‘t rustend eeuwig leven !

Guido Gezelle

 

Eerste woning in Sint-Kruis van de familie Van Robays in de Moerkerkse Steenweg nummers 332-334. Ouderlijke woning van de architect Karel Van Robays (cf. Polder- en Prins Leopoldstraat), gebouwd circa 1900. Vrijstaande woning, verankerde baksteenbouw met gecementeerde plint. De muuropeningen van nummer 334 hebben geblokte ontlastingsbogen. Gevelkapelletje in neogotische stijl met beeld van Sint-Jozef, verwijst als patroonheilige van de timmerlieden naar het beroep van vader en zoon Van Robays.

KEMEL Y., Sint-Kruis omstreeks 1900, Familie Van Robays in Werkgroep Geschiedenis Sint-Kruis, Heemkundige Kring Brugs Ommeland 2000, pagina 32.

 

Huis waar Leo Van Robays en Rosalie Fraeys woonden, Moerkerkse Steenweg 334. Foto: Van Vlaenderen Patricia, 02-01-2004

Tweede woning van de familie Van Robays in de Polderstraat in Sint-Kruis.

Karel en Eduard kopen op 3 september 1886 van het Armen bestuur van Sint-Kruis, gronden die palen aan de pastorie en aan de Polderstraat. In 1887 word gestart met de bouw van 3 kleine huisjes, een groot huis en een werkplaats. De lambrisering van de woning, werd versierd met Vlaamse spreuken, welke men nu nog in de woning kan bewonderen. Karel ging met zijn gezin in het grote huis wonen. In 1890 werd een stoomwerkhuis gebouwd en een stoommachine geïnstalleerd. In 1909 werd er een houtmagazijn bijgebouwd.

In het bedrijf werkten een 25 tal mensen, waarvan 8 beeldhouwers. Het bedrijf was gespecialiseerd in kerk- en schoolmeubelen. Ook trappen, vensters, deuren en ander schrijnwerk werd aangenomen.

Karel was zeer actief in het verenigingsleven, hij sponsorde o.m. de “Veloclub” van Sint-Kruis, waarvan hij erelid was. Hij was ook lid van de Schuttersgilde “De Vrije archiers van Maria Theresia van Oostenrijk”, waarvan hij van 1903 tot 1923 deken was. Hij was de oprichter van een vrije tekenschool te St-Kruis.

 

Fabriek Van Robays

Karel Van Robays werd gemeenteraadslid op 18 oktober 1903. In 1911 werd hij herkozen en werd benoemd tot 2de schepen. Baron Fernand de Maleingreau was toen burgemeester, in 1916 nam deze ontslag wegens gezondheidsreden, de eerste schepen, Leopold Hoste, was toen al overleden, zodat Karel Van Robays dienstdoende burgemeester werd. Als dienstdoende burgemeester werd hij samen met 1st schepen Leopold De Bruyne, door de Duitse bezetter, gedwongen aanwezig te zijn op de terechtstelling van Jules Delaplace, op 8 mei 1916. Jules Delaplace vroeg voordien aan Karel Van Robays goed voor zijn vrouw en dochter te zorgen. Bij de volgende verkiezing stelde hij zich geen kandidaat meer.

Onder zijn impuls werd op 13 augustus 1920 een motie gestuurd naar Kamer en Senaat met de volgende eisen;

  1. het vervlaamsen van het onderwijs in alle takken en graden en in het bijzonder voor de Hoge school te Gent.
  2. het vervlaamsen van het gerecht en de openbare besturen.
  3. het leger opsplitsen in Vlaamse en Waalse soldaten, zodat elk in hun eigen taal opgeleid worden.

Na de oorlog bezorgde zijn Vlaams gezindheid hem veel moeilijkheden.

Op 30 mei 1921 sprak hij voor de laatste maal de gemeenteraad toe;

Mevrouw, Mijne Heeren,

Mijn taak is heden afgeloopen, mijnen dienst aan de gemeente is vandaag t’einden.

In ‘t jaar 1904 kwam ik in bediening, dus dus 16 ½ jaar, dat ik mij met ‘t bestier der gemeente bezig hield.

De laatste 6-7 jaren hebben ons veel last gegeven en ons werk wierd slecht beoordeeld en kwalijk gevonden, klachten wierden bij ‘t tribunaal gedaan en ‘t tribunaal gaf ons telkenmaal gelijk. Klachten en naamlooze brieven werden naar de Procureur des Konings gezonden welke ons vele tergende onderhooren en onderzoeken te wege brachten maar telkens nog eens op niets uitliepen.

En toch ging de lastertaal haren gang, wij wierden het gewend en wij troosten ons met te zeggen: Heer vergeef het hen want zij zijn te dom om te weten wat zij doen.

Wij weten dat het aantal lasteraars en eererovers geheel klein is en maar uit eene kliek bestaat, maar er zijn er al vele die er naar luisteren en mede klappen ... en om van al die miserie af te zijn stelde ik mij niet meer voor in de laatste verkiezing.
 
hans vraag ik aan alle bewooners van Sint-Kruis verontschuldiging, geene vergifnis. Versta mij wel want het is ik die vergifnis te geven hebbe en die zal ik gaarne geven, ik vrage veronschuldiging voor hetgeene wij zouden kunnen gedaan hebben die als nadeelig zou kunnen aanzien worden, wij deden alles om wel te doen, uit plicht, uit vaderlandsch- en naastenliefde, altijd onpartijdig en rechtveerdig, gelijk voor wien en ten voordeele van elkendeen en ook ten voordeele der gemeente belangen daarover is mijn concientie geheel zeker en gerust.

Ik ben gelukkig Ued. Een deel van den brief te mogen voorlezen welke minister Baron Ruzette mij over enige tijd toezond.

 Mij waarde heer Van Robays,

Ik heb met spijt vernomen dat gij u niet meer voorgesteld hebt. ‘t Is waarschijnlijk een gevolg van de schoone rechtvaardigheid der bevolking die het voornamelijk hebben tegen diegeene die zich ‘t best met de algemeene belangen gedurende den oorlog bezig houden.

‘t Is de geheele waarheid in korte woorden.

‘t Is de geheele waarheid in korte woorden.

Mevrouw Mije Heeren,

Beleefd wensch ik Ued. Allen geluk met uwe aanstelling als raadsleden der gemeente.

In wensche en verhope uit den grond van mijn hert dat gij alles zult doen wat mogelijk is om de gemeente goed te bestieren. Dat gij samen eensgezind zult werken tot aller welzijn en voldoening dat gij rechtvaardeg en onpartijdig zult helpen en bijstaan met raad en daad. Dat gij bezonderlijk zult zorgen voor de talrijke familien, (die het moeilijk hadden na de oorlog) dit is iets nieuws maar nog niet rijpe en het geld is er ook nog niet, maar t’ is een verdienstelijk werk. Ik wensche bijzonderlijk en geheel dringend dat gij de kinders de hoop en de werkers van de toekomst, een goed en deugdelijk onderwijs zult bezorgen om er nuttige leden der samenleving van te maken, dat gij ze een zedelijk en godsdienstige opvoeding zult bezorgen gesteund op christelijke grondbeginselen en op onze goed vlaamsche zeden, want in de tijd van ontbinding is de verleiding zoo verschrikkelijk en zoo groot dat de geldverkwistende kleerendracht (als men dat nog kleeren noemen mag), door het drinken en sneukelen, door de cinema’s en bals, waar de zedelijkheid en de eerbaarheid zoovele te leiden hebben. Ik wensche en vrage ook dat gij uwe kinders eene echte vanderlansche opvoeding zoudet bezorgen, altijd getrouw aan onzen doorluchtigen Koning aan onzen grondwet en aan het vaderland.

Leve de Koning !  Leve Belgïe !

Leve Vlaanderen !  Leve Sint-Kruis !

De heer Leon Timmerman, als oudste lid van de nieuwe gemeenteraad dankt de heer Van Robays voor zijn inzet gedurende vele jaren en vooral gedurende de oorlog. Tussen 1926 en 1945 droeg de Polderstraat de naam Karel Van Robaysstraat.

Gezin Van Robays - Van Daele ca. 1900

Eduard Van Robays werd priester gewijd te Brugge, 22 mei 1880. Hij werd leraar wiskunde en wetenschappen aan het St-Lodewijkscollege te Brugge. Zo Pieter Benoit een rol moet hebben gespeeld in de rekrutering in Brugse kringen voor de Engeland-missie, zo heeft de leraar “mathesis 1881-1892, Edward Van Robays, intens geijverd voor de Witte Paters.[i] Hij was samen met Guido Gezelle, Emiel Demonie en August Van Speybrouck medestichter van het tijdschrift De Biekorf.[ii]

Intussen was op 17 september 1887 was zijn vader Leonard Van Robays gestorven en op 17 september 1890 stierf zijn moeder Rosalie Fraeye beiden in Sint-Kruis.

Op 24 september was hij ingetreden bij de orde van de Sociëteit Jezu (Jezuïeten) als voorbereiding, om als missionaris te werken. Hij vertrok samen met Leo Scharlaeckens, in 1894, naar Calcutta Indië, alwaar hij eerst onderpastoor werd op de St-Thomas parochie en later als krijgsaalmoezenier te werk gesteld werd.  In 1897 mocht hij naar de bloeiende parochie in Chota Nagpore. Daar leerde hij in korte tijd de moeilijke Indische taal. Op 17 januari 1898 werd hij pastoor te Ranchi. Onder zijn leiding werd de missie geleidelijk uitgebreid, onder een van zijn gelovigen bevond zich onder meer de afgodspriester van Kauali met zijn gezin. Zijn grote inzet bleef niet onopgemerkt, eind 1903 werd hij gelast een nieuwe parochie te stichten in de Biru-gouw, waar hij Samtoli als uitval basis koos. Geen moeite was hem te veel, hij doorkruiste de gehele streek om de bevolking het woord van God te verkondigen en hun een opleiding te bezorgen. In juli 1904 was hij klaar met zijn eerste jongensschool en kort daarop de meisjesschool. Inmiddels werden in 1905 al zijn eigendommen te Egem verkocht en trad hij uit onverdeeldheid met zijn broer Karel, waar hij samen sedert de nalatenschap  bij het afsterven van hun moeder,  de eigendommen gelegen te Sint-Kruis Polderstraat samen beheerde.

op 24 december 1905 werd zijn definitieve kerk ingewijd. In de twee jaar die hij als pastoor werkte in zijn nieuwe parochie had hij 4000 nieuwe christenen in een 50 tal dorpen. Hij was van plan om in verscheidene dorpen schooltjes en kerkjes te bouwen.

Op Maandag 28 mei 1906 trok hij naar Nowayoli, om raad te geven bij het bouwen van een nieuwe kerk, niettegenstaande de verschrikkelijke hitte, wou hij deze tocht in 2 dagen afleggen. De woensdag startte hij de terugtocht in de vroege morgen. Rond de middag, het was toen 42° en er blies een hevige westenwind, en na een tocht van twee uur door de bergen, viel hij uitgeput, naast zijn fiets neer. Een bergbewoner vond hem, bewusteloos. De man nam hem mee naar zijn huis en legde hem in de koestal. Daarna ging hij naar Samtoli om pater De Smet te halen, deze kwam met medicijnen en de Heilig Olie. De pater sprak hem aan in zijn geliefd West-Vlaams, Edward opende nog eenmaal zijn ogen en stierf kort daarna. Hij werd in Statoil begraven.

 

[i] 127: BAB, ACTA 1882, 7 juli, blz. 335: LETRRE à MR VAN ROBAYS, PROFESSEUR AU COLLEGE ST.-LOUIS à BRUGES.

[ii] BRON: 150 jaar Sint-Lodewijk college te Brugge door Jozef GELDHOF.

Van l. naar r. Julia, Edward en Karel Van Robays. Naast Julia, Honoré Bogaert, hoofdonderwijzer in Eeghem en later koster van de parochiekerk in Gistel. Tussen Eduard en Karel staat Octavie Van Daele. 1892 Cetraal zit Eduard Van Robays. Deze foto werd genomen bij zijn afscheidsfeest. Oudleerlingenbond Sint-Lodewijkscolege genaamd de Sint-Donaasgilde.

Huibrecht Van Robays nam in 1927 de werkplaats in de Polderstraat over, hij deed het schrijnwerk voor het nieuwe Psychiatrisch centrum “Sint-Amants” te Beernem en de verbouwing van “De Zorgen” tot gemeentehuis. Alsook het schrijnwerk voor het Sportpaleis in Antwerpen. Voor deze laatste klus werd echter niet tijdig betaald, zodat het bedrijf failliet ging en openbaar werd verkocht. Na het overlijden van zijn echtgenote woonde hij een tijdje bij zijn broer, Walter, nadien ging hij naar het rusthuis “Sint-Jozef” in Oostkamp, alwaar hij overleed op 51 jarige leeftijd.

Walter Van Robays, behaalde, als primus aan het Sint-Amandsinstituut te Gent met 93% zijn moderne humaniora-diploma in 1904, in welke periode hij tevens aan de Sint-Lucasacademie het diploma van tekenaar behaalde. Op 16 december 1905 werd hij ingeschreven voor het behalen van het diploma van gezworen-landmeter, ingericht per provincie conform aan artikel 2 van het Koninklijk decreet uitgevaardigd door de Koning der Nederlanden, Willem van Oranje. Van 1948 tot 1956 vestigde hij zich als zelfstandig gezworen landmeter te Sint-Kruis.

Op 2 augustus kreeg België vanwege de Duitse regering een ultimatum, van twaalf uur. Koning Albert I kreeg een toezegging vanuit Londen voor een volledige militaire steun en de Eerste Wereldoorlog brak uit op 4 augustus 1914. De opmars van de Duitse troepen ging niettemin langzamer dan de Duitse legerstaf verwachtte. Het verhaal ging dat Belgische scherpschutters op iedere hoek loerden op de Duitse soldaten. De hoofdstad Brussel viel op 20 augustus. Antwerpen capituleert op 10 oktober 1914 waarbij één miljoen vluchtelingen bescherming zoeken in Nederland.

Intussen was Walter Van Robays gehuwd op 10  februari 1914 met Margaretha Bultynck enige dochter van Peter Bultynck woonachtig te Brugge Fort Lapin, en rijke kolen- en graanhandelaar.

Zijn echtgenote Marguerite Bultinck, zag het niet zitten om nog verder in België te blijven. In verwachting van haar eerste kind en in het bezit van een bruidsschat die nog niet was opgebruikt voor de bouw van de meubelfabriek, vluchtte ze naar Sluis en bleven daar tot na de wereldoorlog. Ze logeerden in het Hof van Brussel bij Emma Beyaert gehuwd met Eugène Janssens. Het was een eerste klas hotel en was zeer mooi gestoffeerd.

Op 27 oktober 1915 werd Albert-Petrus-Carolus-Josephus Van Robays te Sluis geboren en gedoopt te Sluis in de kerk van de H. Joannes de Dooper op 28 oktober 1915. Albert is gedoopt door pastoor A.C.J. de Blieck. De doopgetuigen zijn Carolus Franciscus van Robays en Irma Valeria Bariseele. In hun plaats traden op de parochianen Gulielmus Josephus Hoegen, directeur van de toenmalige bank Hendrickx en Co te Middelburg, en Emma Ludovica Beyeart, eigenares van Het Hof van Brussel.

 Gezien de Duitsers in 1915 een hekwerk ter lengte van 180 kilometer tussen Vaals en Brugge onder stroom werd gezet werd een oversteek naar Nederland onmogelijk gemaakt. En kon hij zijn echtgenote niet meer bezoeken.

Hof van Brussel in Sluis

Nadat Walter bij zijn vader Karel Van Robays werd ingewijd in de kunst van het beeldhouwen diende hij bij het Gemeentebestuur van Sint-Kruis een bouwplan in tot het oprichten van een meubelfabriek, volgens een door hem getekend plan op datum van 17 januari 1914 op een door hem toebehorend perceel achtergrond groot 23a 16ca met doorgang groot 1a 88ca (of 6,50 m breed op 29 m diepte naar de nieuw aangelegde Prins Leopoldstraat, aangekocht bij akte verleden voor de notaris Persijn te Ruiselede op 16 september 1913, van de Heer en Mevrouw Leo Lescrauwaet-De Busschere.

Met een deel van de bruidsschat die in totaal 25.000 goudfranken bedroeg, werd Walter in de mogelijkheid gesteld om op het einde van de oorlog een meubelfabriek op te richten waarvoor hij inmiddels een bouwvergunning had gekregen.

Op 12 oktober 1914 om tien uur ’s morgens werd Walter Van Robays, voor de Baron de Malengreau d’Hembise, Burgemeester der gemeente Sint-Kruis, in overeenstemming met art. 3 van het Koninklijk Besluit van 24 april 1901, gekozen en beëdigd tot kapitein van de Burgerwacht.

 
Bij zitting van 8 augustus 1923 werd goedkeuring verleend tot het bouwen van een villa op een perceel bouwgrond langs de Prins Leopoldstraat. De villa Hera werd niet gebouwd conform aan het goedgekeurd plan. Het gebouw werd een paar jaar terug volledig gerestaureerd en verbouwd tot appartementen en draagt nu de naam Rozenhof.

Het perceel grond waarop de villa en een gedeelte van de werkplaats, voltooid door de Duitsers in 1915, werd aangekocht van de “Kerkfabriek van Sint-Anna” bij akte dd. 30 oktober 1920 verleden voor Notaris Henry Van Caillie te Brugge.

 
Het nieuwe bedrijf had gemiddeld 80 mensen in dienst, bij grote werken kon dit oplopen tot 120. Deze moderne elektrisch aangedreven meubelfabriek werd uitgerust met een uitgebreid machine park, onder meer met een frees machine, zodat het werk van de beeldhouwers veel eenvoudiger werd. Ook zij waren gespecialiseerd in kerkmeubelen (voornamelijk voor Engels cliënteel) en gebeeldhouwde kantoormeubelen, muurbekledingen enz. in gotische stijl met bladmotief. 

In 1926 werd de Compensatiekas van de Christelijke Patroons opgericht, Walter was een van de stuwende krachten achter dit privé initiatief en werd benoemd tot eerste voorzitter (in de periode van 1926 tot 1933).

In 1939 wist Walter een grote opdracht van het leger te bemachtigen, door de mobilisatie had het leger nood aan barakken om de soldaten onder te brengen. Kort nadat hij de opdracht had gekregen, had het Belgische leger gecapituleerd. Het hout voor de barakken was echter al geleverd. Om te vermijden dat het hout door de Duitse legerleiding zou in beslag genomen worden, had hij het hout in zijn bedrijf gestapeld. De Duitsers kwamen het echter te weten en dwongen hem de barakken verder af te werken, nu echter voor de Duitse soldaten. Walter nam de opdracht aan met de gedachte op deze wijze de arbeiders verder werk te bezorgen. Na de oorlog werd dit hem door enkele mensen kwalijk genomen. Ook zijn zoon Albert, intussen architect, deelt in de brokken. In het huis dat hij naast de fabriek had laten bouwen, werd alles kort en klein geslagen. Dit alles betekende het einde van de Meubelfabriek Van Robays.

Alle foto's komen uit het archief van Yvette Kemel en Jozef Van Robays.
Meer info en foto's:
http://home.scarlet.be/~hv023068/index.html

 

Huwelijksfoto Huibrecht Van Robays en Mardgriet Lambert Huwelijksfoto Walter Van Robays en Margaretha Bultynck
Fabriek Walter Van Robays en de villa Hera in de Prins Leopoldelaan