Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Marinebasis

Interneringskamp en Marinebasis

Op deze plaats heeft zich een van de donkerste periodes uit de geschiedenis van Sint-Kruis  afgespeeld. De plaats waar we nu staan was voor de Tweede Wereldoorlog een deel van het militaire oefenveld. Wanneer het Belgische leger in 1939 werd gemobiliseerd door de dreigende inval van het Duitse leger bleek bestaande infrastructuur van het leger in Brugge onvoldoende om alle soldaten onder te brengen. Daarom besloot men om op het oefenveld houten barakken op te trekken om zo tijdelijke leefruimte te creëren. De Firma Van Robays uit de Prins Leopoldstraat probeerde deze opdracht te pakken te krijgen. Waar ze ook in slaagden. Het hout werd besteld en geleverd maar de capitulatie van het Belgische leger maakte de bouw overbodig. Walter Van Robays verborg het hout in zijn magazijnen zodat het niet werd aangeslagen door de Duitsers. Maar de Duitsers waren niet stom. Bij het controleren van de administratie vonden ze de orders voor de bouw van de barakken. Zij dwongen hem om de barakken te bouwen voor de Duitse soldaten. Naast slaapgelegenheid werd hier ook de Centrale Militaire Apotheek, een werkplaats en opslagplaats ondergebracht.

De echte reden voor de bouw van het kamp was echter om hier een krijgsgevangenenkamp te maken voor Engelse soldaten die gevangen zouden worden na het offensief op Engeland. Dat alles helemaal anders liep dan dat Hitler had gehoopt is iedereen wel bekend.

Het kamp heeft eigelijk altijd gefungeerd als tussen station voor de oprukkende Duitse troepen. In december 1943 waren hier een duizendtal Russische troepen ondergebracht. Dit Russische regiment uit gevangenen die tijdens het Duitse offensief in Rusland krijgsgevangen genomen waren maar besloten om zich bij het Duitse leger te vervoegen om aan dwangarbeid te ontsnappen. Bij hun aankomst in Sint-Kruis werden ze ontsmet en ontdaan van luizen. Voor deze soldaten waren de barakken en doucheplaatsen een ware luxe. Na een kort verblijf in Sint-Kruis kregen zij orders naar Sluis te marcheren. Daar kregen zij training om te patrouilleren en bruggen te bewaken in de streek tussen Brugge en Sluis.

Na de bevrijding van Brugge in september 1944 en het wegtrekken van de Duitse troepen werd het kamp geplunderd, eetwaren, medicijnen en alles wat los kon werd meegenomen. Sommigen die het meegemaakt hebben vertellen dat men zelfs de wc-potten en lavabo’s uit de muur trok en meenam. Op Male zijn heel wat stallingen gebouwd met stenen en houtwerk dat van het kamp afkomstig was.

Na de oorlog werd het kamp gebruikt als gevangenis voor collaborateurs. Het begrip collaborateur  werd echter in vele gevallen misbruikt. Vele mensen zaten in het kamp door valse beschuldigingen en jalousie van buren. Deze mensen werden dan ook na ondervraging naar huis gestuurd. Uiteindelijk zaten hier enkel nog mensen die daadwerkelijk met de Duitse bezetter hadden meegewerkt. Voordat ze hierheen werden gebracht zaten ze in de schoolgebouwen in de Boomgaardstraat in Brugge. Maar dit was al vlug te klein. Alle gevangenen werden opgeladen in open vrachtwagens en in colonne overgebracht naar Sint-Kruis. Onderweg werden ze beschimpt en soms werden er met stenen gegooid. De levensomstandigheden waren de eerste dagen echt erbarmelijk. En voedsel was er bijna niet. Men kreeg één stuk brood en wat soep waarvan men liever niet wist wat er in zat. Dit was het rantsoen voor een ganse dag. Alles was geïmproviseerd men wou deze zwarten zo vlug mogelijk opsluiten.

Kort na de bevrijding waren er reeds 1500 mensen in het kamp ondergebracht. Tegen het einde van december waren er reeds 2372. Waarvan 2100 mannen en een 272 vrouwen met kinderen. Deze mensen werden vanuit de gans provincie hierheen gebracht. Er was ook veel corruptie onder de bewakers. Het eten en de dekens die de familie van de gevangene bracht kwam meestal niet bij de bestemmeling terecht.

Op 6 juni 1945 was er in het kamp een opstand uitgebroken. Die voormiddag waren enkele politieke gevangenen, die uit de Duitse Kampen waren teruggekeerd, in stoet naar het kamp van Sint-Kruis getrokken. Zij verhinderden de familieleden van de gevangenen om de pakjes die bestemd waren voor de geïnterneerden af te geven. De gevangenen die getuige waren van de opschudding voor de ingangspoort waren onrustig geworden en samengeschoold op het hoofdplein. In het tumult trachten enkele gevangenen te ontsnappen, een aantal zijn daar ook in geslaagd. De rijkswacht van Brugge werd verwittigd en zij slaagden erin om na hard ingrijpen de orde te herstellen. Natuurlijk had dit gevolgen voor de gevangenen. Als straf werden ze gedurende drie dagen opgesloten in hun barakken zonder wandeling. Bezoek en pakjes werden twee weken geschorst. Een getuige vertelde mij dat het net een stikhete periode was en in de barakken waren geen ramen enkel wat kleine verluchtingsgaten. Heel wat mensen kregen het dan ook erg benauwd.

Stilaan verbeterd de situatie, de verzetslieden die aanvankelijk voor de bewaking instonden, werden vervangen door gevangenisbewaarders. Er werden reglementen uitgevaardigd en er kwam een betere voedselbedeling. Geleidelijk veranderde ook de mentaliteit in het kamp, er werd aan sport gedaan en men kreeg de mogelijkheid om creatief bezig te zijn. Heel wat gedichten, tekeningen en schilderijen uit deze periode zijn nog bewaard. Er was ook een kapel. De kruisweg die er ging werd in 1948 geschilderd door een van de gevangenen. (Noël Vermeulen) De veertien staties hangen nu in kapel van de Ijzertoren in Diksmuide.

Er werden ook steeds meer zwaar gestraften naar de gevangenis in Brugge overgebracht en licht gestraften werden ontslagen. Daardoor kreeg het kamp een nieuwe functie. Vanaf juni 1948 werd het ingericht als ziekenkamp. Zieke gevangenen vanuit andere kampen in België werden naar hier overgebracht. Er werd een sociale dienst opgericht en socio-culturele activiteiten ingericht. De meeste die toen in het kamp verbleven waren de zware gevallen die minsten 20 jaar straf hadden gekregen.

Op 31 december 1950 bevonden zich nog precies 180 gevangenen. Men vond het dan ook niet meer verantwoord om het kamp in stand te houden. De gebouwen bleven een tijdje leeg. Ook tijdens deze leegstand werd heel wat materiaal uit het kamp ontvreemd.

In september 1952 werd het opleidingscentrum van de Marine in het kamp ondergebracht. Men kreeg er een opleiding zoals aan boord van een schip. De eerste rekruten werden er ondergebracht in de barakken van de gedetineerden. Tijd voor wat verfraaiing was er niet men nam de gebouwen in gebruik zoals men ze aantrof. De eerste rekruten in het opleidingscentrum hadden het dan ook niet onder de markt. (Yvette Kemel)

Marinebasis kant Brieversweg jaren zestig Tekening in één van de barakken. Foto: Chris Weymeis.
Herdenking 16 augustus 2006

19 augustus 2006. Naar jaarlijkse traditie gaat in de Marinekazerne Leopold Debruynestraat 125 de herdenking door van LTZ Billet, op het terrein van de Marine, dat zijn naam draagt. LTZ Billet sneuvelde op het strand te Dieppe op 19 augustus 1942 als 2de commandant van de HMLST 159 ‘Dinosaur’. Na een opgemerkte toespraak en bloemlegging wordt de last post geblazen aan het monument ter ere van LTZ Billet. Dit monument bevindt zich aan de ingang van de Marinekazerne. Adjunct Directeur Vorming VTZ, R. Balyu zit de ceremonie voor in aanwezigheid van de familie Billet en vertegenwoordigingen van vaderlandslievende verenigingen. Tekst Yvette Kemel, Kroniek Sint-Kruis 2006.