print pagina
Het Blaeuwe Casteel of Blauw Huys was gelegen langs de Romeinse heirweg tussen Oudenburg en Aardenburg, in het hartje van de heerlijkheid Gera, de voorpost van Brugge bij de Kruispoort. De historie van dit versterkt kasteeldomein, sedert het begin van de 16de eeuw genesteld tussen de kerk en het Kartuizerklooster Genadedal, is één brok boeiende, rijke, ontroerende, soms hartverscheurende geschiedenis. De selecte families die, in de bestudeerde periode van vijfhonderd jaar, eigenaar waren van het Blauw-Kasteeldomein, behoren tot de hoge aristocratie en bijwijlen adellijke geslachten van Brugge. Namen als Lauweryn, heren van Watervliet, van Volden, van der Beke de Cringen, van Zuylen van Nyevelt staan garant voor een rijk maatschappelijk engagement, dat uitgebreid aan bod komt. Auteur Rita Bossuyt slaagde erin de geschiedenis van het Blauw-Kasteeldomein deskundig en toegankelijk uit te werken in een studie van ruim 90 bladzijden. Opgesmukt met tal van kleurrijke illustraties en waardevolle archiefstukken is het een heerlijke ontdekkingstocht geworden van een onontgonnen stuk rijk verleden van Sint-Kruis.
Boekbespreking WHSK
Klik op de foto's om te vergroten
Filip Degraeve
Sint-Kruis
in den Grooten Oorlog
in den Grooten Oorlog
In deze ruim geïllustreerde publicatie werd de levensloop gereconstrueerd van de 41 Sint-Kruise overleden soldaten waarvan de namen te lezen zijn op het oorlogsmonument dat zich op het dorpsplein bevindt. Daarnaast wordt de Eerste Wereldoorlog in ruimer perspectief gesitueerd en wordt ingezoomd op de situatie in deze Brugse deelgemeente. Hoe zag Sint-Kruis er uit in 1914? Hoe verliep de Duitse inname en bezetting? Waar waren de Duitse soldaten ingekwartierd? Hoe verliep de oorlog aan het ‘thuisfront’? Hoe werden onze kontreien bevrijd? Op deze en vele andere vragen krijgt de lezer een ruim antwoord. Een mooi geïllustreerd lees- en kijkboek dat helemaal past in de hernieuwde aandacht voor de Eerste Wereldoorlog.
Van Zevensterre tot Blauwe Zaal
In deze boeiende en ruim geïllustreerde studie beschrijft auteur Pol Declercq de geschiedenis van de gekende hoeve “De Blauwe Zaal” in Sint-Kruis, vandaag de dag vooral gekend als manège van ruitersclub Sint-Hubertus. Oorspronkelijk heette deze site “het goed Zevensterre” zoals men kan zien op de kaart van Pieter Pourbus uit 1571. Na de beschrijving van het ontstaan van Sint-Kruis uit “Villa Gera” en de 15 tiendenhoeken laat de schrijver ons kennismaken met de eigendomsopvolgingen en bewoningsgeschiedenis van deze hoeve. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de familie Defreyne die als huidige eigenaars de gekende manège uitbaten. In een viertal bijlagen worden enkele bijzondere onderwerpen belicht: de bunkers op en rond de Blauwe Zaal, de mysterieuze “affaire de Mazières”, wat terminologie uit het Ancien Régime en de ruitersclub Sint-Hubertus.
Het Blauw-Kasteeldomein
in Sint-Kruis
in Sint-Kruis
Het Blaeuwe Casteel of Blauw Huys was gelegen langs de Romeinse heirweg tussen Oudenburg en Aardenburg, in het hartje van de heerlijkheid Gera, de voorpost van Brugge bij de Kruispoort. De historie van dit versterkt kasteeldomein, sedert het begin van de 16de eeuw genesteld tussen de kerk en het Kartuizerklooster Genadedal, is één brok boeiende, rijke, ontroerende, soms hartverscheurende geschiedenis. De selecte families die, in de bestudeerde periode van vijfhonderd jaar, eigenaar waren van het Blauw-Kasteeldomein, behoren tot de hoge aristocratie en bijwijlen adellijke geslachten van Brugge. Namen als Lauweryn, heren van Watervliet, van Volden, van der Beke de Cringen, van Zuylen van Nyevelt staan garant voor een rijk maatschappelijk engagement, dat uitgebreid aan bod komt. Auteur Rita Bossuyt slaagde erin de geschiedenis van het Blauw-Kasteeldomein deskundig en toegankelijk uit te werken in een studie van ruim 90 bladzijden. Opgesmukt met tal van kleurrijke illustraties en waardevolle archiefstukken is het een heerlijke ontdekkingstocht geworden van een onontgonnen stuk rijk verleden van Sint-Kruis.
Door Sneeuw en Vorst
In 1920 werd in Sint-Kruis de handboogmaatschappij ‘Door Sneeuw en Vorst’ opgericht. Deze schuttersvereniging die zich toelegde op de ‘liggende wip’ was een van de vele schuttersgilden die de gemeente rijk was. In 2003 hield de groepering op te bestaan wat meteen de aanleiding was om de rijke geschiedenis ervan te reconstrueren. De opbouw van deze kroniek steunt op het verloop van de mandaten van vijf opeenvolgende hoofdmannen, om te eindigen met de fusie met “De Koninklijke en Keizerlijke Gilde De Vrye Archiers van Mynheere Sint Sebastiaen”.
De uitgave besluit met een opsomming van alle besturen en een lijst van de Siren vanaf 1920 tot en met 2003. Auteur Jacques Couwenberg is als oud-lid van “Door Sneeuw en Vorst” zeer goed geplaatst om de geschiedenis te schrijven van deze bloeiende schuttersvereniging die gedurende 83 jaar het dorpsleven van Sint-Kruis kleurde.
.
Sint-Kruis in de Brugse Paallanden
De ‘Paallanden van Brugge’ bevonden zich tussen de in 1297 aangelegde stadsvesten en de grenzen van de stad Brugge met ‘het Sijseelse’. Het grondgebied van de stad Brugge strekte zich omstreeks 1300 dus verder uit dan de huidige stadswallen. De grenzen daarvan werden afgebakend door paalstenen die periodiek nagezien werden door personen die aangesteld werden door de Brugse schepenen en een afgevaardigde van het Sijseelse. In het eerste deel van deze publicatie vindt u het verslag van dit nazicht dat plaatsvond in juli 1562. Van dit verslag ziet u op de linkerbladzijde de originele tekst. Op de rechterbladzijde staat dan in de eerste kolom de transcriptie en in kolom twee de omzetting in Standaardnederlands. In het tweede deel leest u een samenvatting van de “Ommelooper van de paellanden der stede van Brugge” met de 4 kohieren en de 51 beginnen en de aanduiding van de betreffende parochie. Het derde deel is de transcriptie van de “Ommelooper van de paellanden der stede van Brugge”, III kohier van het 34ste tot het 41ste begin, deel “St Cruys”. Dit deel sluit aan bij de de WHSK-uitgave “Ommeloper van de Wateringe van den Brouck” uit 2004. Een index op naam en plaats sluit deze unieke publicatie van auteurs Marcel Dhoore en Charles Focke af.
Het Prieel vanden Hoghelande
Deze mooi geïllustreerde publicatie van Pol Declercq reconstrueert de geschiedenis van een aloude Sint-Kruise hoeve in de Broek. Het leen ‘Hoghelande’ lag in de parochie Sint-Kruis maar viel juridisch en administratief onder het leenhof en de heerlijkheid ‘van Praet’ in Oedelem die op haar beurt afhing van het leenhof van de Burg in Brugge. In een eerste deel maakt de auteur ons wegwijs in het ingewikkelde feodale systeem van heerlijkheden en lenen. Daarna focust hij op de geschiedenis van de site zelf: ‘Het Prieel vanden Hoghelande’ met aandacht voor ‘het Hof van Praet’ als leenheer, de opeenvolgende leenhouders Vanden Hoghelande, de Secquieres, Roos en d’Herts en de verschillende pachters uit het ancien régime. Vervolgens komt de overgang van het feodale naar het burgerlijke bestel aan bod waarin de opeenvolgende eigenaars en bewoners van ‘Het Prieel’ voorgesteld worden. Enkele interessante bijlagen – o.a. een voordrachttekst van Prieelbewoner Gilbert Leuridan en een interview met Magda Cafmeyer – sluiten deze bijzondere studie af. Bijzonder handig tenslotte is de woordverklaring van de specifieke terminologie die in de publicatie aan bod komt.











