Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Brugs Uurtje: Benny Scott 14 maart 1999

verslag : Ewald Vancoppenolle (overname enkel met bronvermelding)

 Tijdens het laatste Brugs Uurtje van het seizoen 98-99 kon Johan Willems een uurtje babbelen met Benny Scott, alias Urbain Schotte, geen man van twaalf stielen en dertien ongelukken, zoals hij zichzelf beschrijft.

 Ik ben een echte Bruggeling, geboren in het moederhuis Sint-Anna en opgegroeid in de Langestraat tussen cafés en volksmensen. Mijn jeugd heb ik doorgebracht tussen het Bilkse en de Vulderstraat naast een schoenwinkel en nevens de ”Papnunnen”. Vader, geboren in Kortrijk was van stiel patissier. Moeder was van Knokke. Samen hadden ze een klein restaurantje waar ze eten gaven en in de namiddag koffie en gebak. Mijn grootvader zaliger was fotograaf en had zijn winkel op het einde van de Langestraat. Later heeft mijn oom de winkel overgenomen en maakte er kaders. Ik ben enig kind en toen ze zagen dat ik het was hadden ze genoeg gezien. Moeder was TBC patiënte en heeft 1948 een zware longoperatie ondergaan en is altijd blijven sukkelen.

 Aangezien mijn ouders in de ”commercie” zaten kreeg ik als kindermeisje een Parisienne die geen woord Nederlands verstond. Ik heb mijn Vlaams dan maar moeten leren in de fröbelschool aan de Verversdijk. Het lager onderwijs genoot ik bij de broeders Xaverianen of beter gekend als de Frères. Maar daar lukte het mij niet om in de pas te lopen en veel naar ”de messe goan” zag ik niet zitten. Het eerste jaar van het hoger werd ik lid van het zangkoor en speelde ik voetbal bij Concordia, de voetbalploeg van de broeders. Elke donderdag was er geen school en te voet naar het speelplein te Sint-Michiels. (Deze voetbalvelden zijn intussen verkaveld en volgebouwd. Mijn vader was een Cercletrutte en wilde dat ik absoluut bij Cercle moest spelen.

 Hard studeren deed ik niet in en om beter resultaten te halen verzonden ze mij naar het Ateneetje. Waar wij bij de broeders alle dagen studie hadden met strenge bewaking was het Ateneetje toen een complete anarchie. De leraars kwamen hun les geven en verdwenen. En na school zaten wij in de kroeg te drinken. Lag het nu aan mij of aan de leraars: het liep ook niet van een leien dakje en ik buisde in drie vakken. In wiskunde had ik amper 4 punten op 90. Het jaar moest ik overdoen. Ik moest mij wel herpakken of er zwaaide thuis een beeld van de schouw (klankfragment 101sec/792kB). De leraar tekenen, Imbrechts noemden wij ”de Tekenpiet” we hadden toen nog de zaterdag les tot 13.00 uur. Tijdens de muziekles bij leraar Cornelis hadden wij eens elk een wekker in de boekentas gestopt, alle 25 wekkers liepen af op hetzelfde uur.

 Na het Ateneetje behaalde ik tenslotte het diploma van elektrieker A2 in de Rijksschool. In 1952 verhuisde de familie naar Sint-Michiels en vader werd verzekeringsagent bij Assubel en werd op het einde van zijn loopbaan inspecteur. Smoorverliefd als ik was trouwde ik op mijn twintigste ”ik had te dicht bie twoater gespild” en mocht op mijn eigen trouwdag in de late namiddag mijn diploma gaan afhalen. Ik had dus meteen twee diploma’s.

 Ik vond onmiddellijk geen werk maar ik werd in 1960 tijdelijk voor drie maanden ”ontvangstagent” bij de SABENA om de vluchtende Belgen die Kongo moesten verlaten te helpen. Daarna moest ik in het leger, maar ik werd beschouwd als een sociaal geval. Ik moest mijn legerdienst doen bij de Marine. Daarna ging ik terug naar SABENA om in ploeg te werken en menig maal heb ik het station van Brussel moeten overnachten. Er waren geen treinen meer naar Brugge.

 Mijn geluk uitgetest als vertegenwoordiger bij de lederhandel Daneels. Daar heb ik wel miserie gekend. Ik heb mijn ontslag gegeven. Ik zocht mijn toekomst als muzikant en stichtte met Ivan Guilini een orkest. Elk weekend waren wij op stap en speelde wij zes uren aan een stuk op alle plaatsen in Vlaanderen bals. Ik heb geen conservatorium gevolgd. Mijn basis leerde ik in het Ateneetje en met zelfstudie leerde ik gitaar. Intussen vond ik werk bij het ministerie van Landbouw om kiekens te tellen bij de boeren. Ik wist niet dat er zoveel soorten kiekens bestonden. Daarna in Ukkel bij het ministerie van Financiën en dit gedurende twee jaar. Bij het examen om vast benoemd te worden waren wij met 1500 kandidaten. De verhandeling was ”Het verleden, heden en toekomst van België op economisch, politiek en cultureel vlak”. Ik heb alleen de titel van de verhandeling opgeschreven en een blanco blad ingediend. En toch mocht ik blijven. Waren er te veel kandidaten gebuisd?

 Mijn eerste orkest noemde met Guilini ”Les Compagnons”. Na twee jaar was het gedaan en wij kwamen onderling de betalingen niet overeen. Een korte periode bij het kwintet van Tony Dua (Noel Dumon) de man met een prachtige stem. Ik was er de tweede zanger en vertolkte onder meer liedjes van Jimmy Reeves. Later bij ”The Crescendo’s” met Roger Lowyck en Freddy Vandenkerckhove. Toen heb ik een eigen orkest gesticht: ”Benny Scott en de Big Band”.